|
De werkgevers- en werknemersorganisaties hebben vorige week een principeakkoord bereikt over een flexibel pensioen en AOW. De AOW gaat in 2020 naar 66 jaar, maar wordt wel flexibel ingericht. Volgens de sociale partners wordt de mensen daarmee meer keuzevrijheid gegeven. Het akkoord moet nog wel aan de leden van de gesprekspartners worden voorgelegd.
Werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB Nederland en LTO Nederland en werknemersorganisaties FNV, CNV en MHP hebben afgelopen vrijdag het principeakkoord gepresenteerd. Volgens het akkoord gaat de AOW in 2020 in op 66-jarige leeftijd, maar iedereen die eerder wil stoppen met werken kan ervoor kiezen de AOW op 65 jaar te laten ingaan. De uitkering is dan 6,5 procent lager. Iedereen kan er ook voor kiezen langer door te werken en krijgt dan een uitkering die 6,5 procent hoger is. De aanvullende pensioenen zijn en blijven flexibel in te zetten.
De AOW wordt gekoppeld aan de verdiende lonen en niet meer aan de cao-lonen. Nu is het nog zo dat de AOW ieder jaar naar verhouding iets minder waard wordt. In de kabinetsplannen zou dat zo blijven. Door deze koppeling aan de werkelijk verdiende lonen wordt de AOW voor iedereen meer waard.
Vooral lagere inkomens hebben voordeel bij deze hogere AOW. Mensen met aanvullend pensioen, die vroeg begonnen zijn en een lager inkomen hebben, kunnen daarom desgewenst met 65 jaar stoppen tegen een fatsoenlijk inkomen. Hiermee wordt voorkomen dat mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt er hard op achteruit zouden gaan.
Ook de aanvullende pensioenen worden gekoppeld aan de levensverwachting. De opbouw van het pensioen met de rekenleeftijd van 66 jaar start in 2011. De stijging van de levensverwachting wordt premieneutraal verwerkt. Dat betekent óf een lagere uitkering, óf iets langer doorwerken.
In dit systeem betekent een jaar langer leven een half jaar langer werken. Ter vergelijking: in het oorspronkelijke kabinetsvoorstel betekent een jaar langer leven een heel jaar langer doorwerken. Verder is afgesproken dat wanneer pensioenfondsen onvoldoende op sterkte zijn, de rekening solidair betaald wordt door de werkenden en de niet-werkenden, door jong en oud.
Het is volgens de sociale partners onmogelijk om goed vast te stellen wat een zwaar beroep is en wat niet. Bovendien is een aparte zware beroepenregeling niet nodig. Door keuzevrijheid in dit systeem en de opwaardering van de AOW via de verdiende lonen kan iedereen, dus ook mensen met een zwaar beroep, er voor kiezen met desgewenst 65 jaar te stoppen met werken. De sociale partners kunnen in sectoren en bedrijven afspraken maken over mensen met een lang arbeidsverleden.
Het is belangrijk dat de kansen voor oudere werknemers op de arbeidsmarkt toenemen. De sociale partners zijn overeengekomen daar dit najaar afspraken over te maken.
|