Verkrijging aandelen in Pensioen/Stamrecht BV

14-07-2010

 

 

De Successiewet kent een aantal faciliteiten voor de verkrijging
van ondernemingsvermogen en aanmerkelijkbelangaandelen via
schenking of vererving. Deze zogenoemde
bedrijfsopvolgingsfaciliteit betreft een kwijtscheldings- en
uitstelfaciliteit.
 
De kwijtscheldingsfaciliteit houdt in dat het verschuldigde
successierecht (thans erfbelasting geheten) onder voorwaarden over
83% (tot 1 januari 2010 75%) van de waarde van de verkregen
aandelen wordt kwijtgescholden.  Daarbij zijn verkrijgingen van
‘objectieve’ ondernemingen met een waarde tot € 1 miljoen voor
100% vrijgesteld. Voor ondernemingen die meer waard zijn dan die €
1 miljoen, geldt voor het meerdere dat wordt verkregen de
83%-vrijstelling.

De uitstelfaciliteit houdt in dat voor het verschuldigde
successierecht (veelal tariefgroep I tegen een tarief van 10-20%)
over de overige 17% van de waarde van het vermogen of de aandelen
in beginsel gedurende tien jaar rentedragend uitstel van betaling
wordt verleend. Onder voorwaarden hoeft deze belasting pas na
afloop van de tienjaarstermijn te worden voldaan.

Om in aanmerking te komen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit
moet aan diverse voorwaarden zijn voldaan. Zo moet de erflater of
schenker voldoen aan in de wet genoemde bezitstermijn van het
vermogen of aandelen. Daarnaast moet de verkrijger de aandelen
minimaal 5 jaar in zijn bezit houden. Bij verkrijging van aandelen
in een vennootschap, moet de betrokken vennootschap een
onderneming drijven. Daarbij geldt als voorwaarde dat de waarde
van de aandelen in de onderneming voor maximaal 5% uit
beleggingsvermogen mag bestaan.

De Hoge Raad heeft onlangs arrest gewezen over de vraag of de
bedrijfsopvolgingsfaciliteit van toepassing kan zijn op een
pensioen/stamrecht-bv. De procedure betrof het jaar 2004 en voor
dat jaar luidde de bedrijfsopvolgingsfacilteit iets anders dan
sinds 1 januari 2010. De wijzigingen van 1 januari 2010 doen
echter geen afbreuk aan de relevantie van het onderhavige arrest.
Centraal voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit
was en is nog steeds dat bij een verkrijging van aandelen in een
vennootschap die vennootschap een onderneming moet drijven. Over
deze procedure is al eerder bericht nadat Rechtbank Den Haag op 20 november 2008 uitspraak had gedaan.

In de onderhavige procedure verkreeg een vrouw de aandelen van
haar overleden vader van een bv. De vader bezat 50% van de
aandelen in de bv. Tot de bezittingen van de bv behoorde een
bedrijfspand dat werd verhuurd aan een gelieerde vennootschap
(geen deelneming van de bv) waarin een installatiebedrijf werd
uitgeoefend. De bv was ook bestuurder van laatstgenoemde
vennootschap. Tot de schulden van de bv behoorden onder meer een
pensioenverplichting en een stamrechtverplichting.

De dochter deed een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit,
maar de inspecteur en de rechtbank wezen dat af. De rechtbank was
van oordeel dat de bv voor wat betreft haar pensioen- en
stamrechtverplichtingen geen onderneming dreef. Verder was de
rechtbank van oordeel dat activiteiten gemoeid met de verhuur en
bestuur van de werkmaatschappij niet uitgingen boven normaal
vermogensbeheer. De vrouw ging daarop in sprongcassatie bij de
Hoge Raad.

Daar stelde zij dat de rechtbank bij de beoordeling of recht
bestond op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit had verzuimd vast te
stellen of de feitelijke werkzaamheid van de bv bestaat in het
(on)middellijk beleggen van vermogen of daarmee overeenkomende
werkzaamheden. Deze vaststelling staat ook wel bekend als de
activiteitentoets. De Hoge Raad was van oordeel dat de rechtbank
deze toets inderdaad niet had gedaan, maar gaf daarbij direct aan
dat deze toets niet hoeft te worden gedaan als de bv niet beschikt
over ondernemingsvermogen.

De Hoge Raad stelde voorop dat bij het begrip ondernemingsvermogen
gaat om vermogen dat behoort bij een onderneming in materiële zin.
De Hoge Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de bv
geen onderneming dreef voor wat betreft haar pensioen- en
stamrechtverplichtingen en ook voor wat betreft de verhuur van het
pand en de bestuursactiviteiten van de bv. Deze oordelen van de
rechtbank waren feitelijk van aard en tegen zulke oordelen staat
geen beroep in cassatie open. De Hoge Raad verklaarde daarom het
beroep in cassatie ongegrond.

Bron: Hoge Raad, 9-7-2010, nr. 08/05311



Nieuws

Tijdelijke maatregelen woningmarkt
Vermindering overdrachtsbelasting opeenvolgende verkrijging
Regeling willekeurige afschrijving verruimd
Beleid over coulancerente Belastingdienst
Pensioenaanspraken in eigen beheer
Onafhankelijke adviseur populairder
Doorverkoopwinst op panden was onbelast
Hypotheekrenteaftrek blijft 30 jaar
Vervroegde afschaffing AOW-partnertoeslag
Urencriterium voor 2009 en 2010
Fiscale knelpunten leningen in MKB
Ook lijfrentepremieaftrek bij ruisende dooroverdracht onderneming met creditering.
Donkere wolken boven huizenmarkt
Goedkeuringen over lijfrente en lijfrentepremieaftrek
AOW niet 67 maar 66 jaar in 2020
Werkingssfeer erfrecht op renteafspraken
Heffing afkoopsom oudedagsverzekeringen
Spaarloon vrij vanaf 15 september
Verkrijging aandelen in Pensioen/Stamrecht BV
Nieuw besluit schenk- en erfbelasting
Tijdelijke faciliteit fiscaal knelpunt terbeschikkingstellingsregeling
MKB-Winstvrijstelling vermindert verrekenbaar verlies
Afkoop lijfrente leidde toch niet tot boete
Stamrecht onder verrekenbeding huwelijkse voorwaarden
Ondernemersaftrek man-vrouwfirma



 

Nieuws

Ondernemersaftrek man-vrouwfirma
Stamrecht onder verrekenbeding huwelijkse voorwaarden
Afkoop lijfrente leidde toch niet tot boete
MKB-Winstvrijstelling vermindert verrekenbaar verlies
Tijdelijke faciliteit fiscaal knelpunt terbeschikkingstellingsregeling
Nieuw besluit schenk- en erfbelasting
Bekijk alle nieuwsberichten

Pensioentest

Bereken uw pensioen
Vul de test in en bekijk de status van uw pensioen.

test

Contact

Adres
Pensioen Strateeg
Postbus 75 4670 AB Dinteloord

T. 0167-528506
E. info@pensioenstrateeg.nl

test